Stil in ‘t bos

Gisteren was ik weer heerlijk aan het gravellen over de Veluwe en het was het grootste gedeelte van de tocht erg stil in bet bos. Als het gesprek even naar de achtergrond verdween droeg het geluid van het witte knisperende grint onder de banden de stilte met zich mee. Dat in een omgeving van frisse lente groene bomen waar de zon in banen haar weg door zocht met daarachter strak blauw hemelse lucht. Zuurstof met de geur van dennen vulde mijn longen. Het was even weg van de gebaande paden, even weg uit de drukte in de stilte van het bos.

Ik heb zelf die stilte echt nodig op zijn tijd. Om even in de natuur te zijn, over de minder begaanbare wegen te gaan. Om het oncomfortabele op te zoeken om me weer comfortabeler te voelen. Om weer te vinden wat ik door alles heen langzaam verlies. Om los te laten wat me allemaal vast en bezig houdt. Om alles even in een ander perspectief te zien. Om los te komen van en weer connected te zijn met de omgeving. Om weer te voelen.

Volgens mij heb ik wel vaker gezegd dat fietsen mijn therapie, mijn medicijn is. Dit is het nog meer geworden sinds ik de drukte van de grotere wegen achter me heb gelaten en me op dikke banden over grind, zand en bosweggetjes begeef. En sinds ik het los heb gelaten om met minimale gemiddeldes rond te rijden en het allemaal wat relaxter te nemen is de werking eigenlijk alleen nog maar beter geworden. De druk om te presteren is er in het leven al meer dan genoeg, de ruimte om te temporiseren telkens minder. Terwijl ik denk dat zonder te vertragen ik ook niet kan versnellen. Het heeft elkaar nodig, ik heb het nodig.

Heerlijk zo die stilte in het bos.