Eigen weg, uitgezonderd bestemmingsverkeer

Op de fiets kom ik vaak verkeersborden tegen die me aan het denken zetten. Natuurlijk is er altijd het doodlopende straat bordje. Dan is het zeker weten onverhard aan het einde. Maar van de week waren er twee anderen die me aan het denken zetten. Het eerste was het bordje, eigen weg. Ik dacht toen doen we dat allemaal niet, onze eigen weg gaan? Daarop volgend moest ik denken aan peuters die aan het spelen zijn en alles wat van hun zelf is, voor zichzelf willen houden, is van mij. Het andere bordje was het verbodsbord met de uitzondering van bestemmingsverkeer. Ik vraag me dan altijd af wie in de auto is gestapt om zomaar doelloos rond te rijden en zonder bestemming onderweg te zijn. Zelfs als ik onderweg zou zijn zonder bestemming, ben ik onderweg en kom ik uiteindelijk aan op een bestemming.

Ik ben altijd onderweg
Ik ben altijd bestemmingsverkeer
Alleen weet ik niet altijd waarheen
Ik ben altijd op weg
Ik ben altijd zoekend naar
Mijn eigen en die van ons samen

Weet het meer niet als wel
Ben zeker van onzekerheid
Weet niet welke weg
Links of rechts afsla
Rechtdoor rijd of omkeer
De uitkomst anders, hetzelfde

Zoekend naar mijn plek
Zoekend naar bestemming
Onuitgezonderd
Onderweg

Dat is wat ik misschien wel ten diepste verlang een niet-uitzonderde weg te gaan. Alles mag mee. Alles van mezelf, alles van de ander. Op (de) weg te zijn, te gaan waar er ruimte is om te zijn wie ik ben. Om op weg te gaan met aan het begin van de straat het bordje, onze weg. Waar onder het doodlopend bord staat, als de weg stopt ga ik nog steeds verder met je mee. Onder het verbodsbord, ook als je niet je bestemming weet, je bent welkom en wie weet vind je hem onderweg, want dat doen we allemaal.