
De steen
ik gooi van me af
de steen
die in de weg ligt
al jaren
tegen aanduw
met me meedraag
in de worp voel, proef ik
de frustratie, irritatie
die deze steen bracht
ongemerkt droeg ik hem
als een harnas
welke mij niet paste
het ontnam zo vaak
mijn vrijheid om te zijn
wie ik daadwerkelijk ben
ik leg een steen
van wie ik ben, wil zijn
neer
op de plek van verbinding
tussen hemel de aarde
nu en de toekomst
God en ik
geworsteld, gestreden
gedragen en nu losgelaten
opgebouwd en omvergeworpen
de muren van het verleden
om te leven in het heden
Ik ben is met mij
ik voor Hem
zijn2

