
Boek van de tijd
Gisteren was ik al vroeg op de fiets. Ik moest op tijd terug zijn. Dat gaf toch wel iets van druk. Ik mocht niet verzaken. Met de wind die de ruimte nam en zich goed uit het zuidwesten liet voortstuwen, voelde ik toch wel de druk van de tijd. De druk die ik vooral met sporten probeer te vermijden omdat ik hem al zo vaak voel. De druk die ontstaat van te veel willen of moeten in beperkte tijd. Dat laatste is vaak altijd het geval, de constante beperkende factor, tijd en daar een tekort van.
Toch geeft met het gevoel dat dit de halve waarheid is of de waarheid die misschien het makkelijkst te omarmen is. Alles heeft een ritme, ook de tijd. Als de tijd een boek zou zijn, heeft het hoofdstukken, paragrafen, inleidingen, slotstukken. Heeft het regels met veel woorden en soms met weinig. Heeft het ruimte tussen de regels en woorden, zodat het ritme van de schrijver de flow van de lezer wordt.
In welk ritme leef ik mijn leven. Leef ik het ritme, zoals de schrijver van dit leven het heeft bedacht of ben ik vooral mijn eigen ritme aan het zoeken? Wat als deze ritmes niet synchroon aan elkaar lopen? Het effect is denk ik het beste te beschrijven als waar twee stromen water tegen elkaar botsen. Onstuimig, onrustig, onvoorspelbaar.
Ondertussen boek ik mijn volgende tijdslot om te fietsen, met wat minder druk en vooral wat meer tijd om te temporiseren. Want voor de goede dingen in het leven moet ik de tijd nemen.
