Een stukkie

Gisteren was ik aan de rand van België door het Brabant landschap aan het gravellen. Na een zanderige strook had ik de fiets even neergelegd en pakte ik even wat Kanjer stroopwaffels. Op dat moment fietste er een gravelaar voorbij en die vroeg, heb ie een stukkie. Als eerste dacht ik dat hij ook zin in een stroopwafel had maar nadat ie achterom keek en het met het serieuze blik vroeg, riep ik naar hem dat alles nog heel was. In gedachte er nog bij, aan de fietst wel, maar de benen zijn al aardig stukkie. 

Het woord stukkie wordt onder fietsers nogal gebruikt om een bepaalde vorm van nieuwsgierigheid op te wekken. Dan zeggen ze, heb vanmiddag even een klein stukkie gefietst. Blijkt in de praktijk dat het rond de 70 kilometer is, met een aardig gemiddelde. Als er wordt gezegd, ik heb een aardig stukkie gefietst, dan is het ook echt een groot rondje. Als iemand zegt dat ie stuk zit, dan heeft deze het zwaar, maar vooral mentaal. En als iemand nog een stukkie kopwerk doet, dan kan dit nog best wat kilometers zijn. Een stukkie dus.

Het mooie aan het woord stukkie is, dat het klinkt als een verklein woord, maar dat dus niet is. Het is een verbastering van stukje, maar ik denk dat het zelf meer voortkomt om iets groots, niet te groots te laten klinken en toch ook weer wel. Om op een bescheiden manier op te scheppen of de interesse van de ander te wekken. Een soort van stukkie opvoeren, een act,  als inleiding op grotere voordracht. We vertellen het klein, maar het liefst vertellen we het echte verhaal. We willen niet te veel ruimte innemen, maar toch graag gezien worden

Zo is het denk ik met meer uitgesproken verklein woorden, we maken iets kleiner maar zijn op zoek naar het grotere.