
Fine-tuning
Deze week was ik naar een podcast aan het luisteren en daarin kwam de fine-tuningtheorie voorbij. In de natuurkunde en filosofie is dit de observatie dat de fundamentele natuurconstanten van ons universum exact de juiste waarden hebben om complex leven mogelijk te maken. Als één van die fundamentele constanten ook maar een fractie zou afwijken, zouden er simpelweg niet de juiste omstandigheden zijn geweest om alles bij elkaar te houden, met elkaar te verbinden of te laten evolueren. Is het toeval? Is het zo ontworpen? Of kan het niet anders zijn dan het is?
Als eerste moest ik bij het woord fine-tuning denken aan het afstellen van mijn fiets. Van het schakelmechanisme en de remklauwen tot de zadelhoogte en de stand van het stuur. Allemaal elementen die, als ze niet goed staan of niet lekker lopen, invloed hebben op hoe fijn ik op mijn fiets zit. Alleen: na een ritje door de regen en over minder verharde paden kan het afstellen weer opnieuw beginnen.
Als tweede moest ik denken aan het afstemmen van de juiste golflengte op de radio of televisie van vroeger. Om die kraak die er nog nét in zat voorzichtig weg te draaien. Soms een priegelig werkje, maar als het resultaat er eenmaal was, kon ik pas echt optimaal genieten. Alleen kon een dag later dat kraakje weer terug zijn en begon het fine-tunen opnieuw.
Als derde kwam het gisteren voorbij tijdens het gravellen. In het parcours zaten veel Brabantse zandwegen. Iedere keer was het zoeken naar de juiste lijn en het goede verzet. In het zand vraagt dat om een voortdurende aanpassing. Het is anticiperen op waar het zand me heen stuurt. Het is het juiste moment kiezen om bij te sturen. En als ik denk dat ik het goede spoor heb gevonden, is het alweer zoeken naar het volgende.
Wat ik daar zo bijzonder aan vind, is dat die natuurkundige wetten blijkbaar al miljarden jaren constant genoeg zijn om leven mogelijk te maken. Terwijl in mijn eigen leven het enige constante juist voortdurende verandering lijkt te zijn, is er dus óók iets dat onveranderlijk is. Het is in de basis allemaal perfect in balans. Hoe extreem uniek en kwetsbaar is onze plek in deze perfect afgestelde kosmos eigenlijk?
Het zoeken naar balans is iets wat ik veel om me heen hoor. Het zoeken naar balans is ook iets wat ik zelf voortdurend doe. Dat voelt eigenlijk helemaal niet onlogisch als we met elkaar op zo’n dun koord balanceren. Toch geeft het mij hoop dat de basis van alles zo constant is. Dat voelt voor mij als meer dan toeval. En tegelijk is het ook gewoon wat het is.
Toch blijft dan de vraag: waarom? Waarom is het zoals het is? Waarom is er die ene plek waar alles precies zo is als het had moeten zijn?
