
Hoe de wind waait
Het weer is afhankelijk van hoe de wind waait. Ze waait, draait, trekt aan en gaat weer liggen. De wind komt en gaat wanneer ze wil. Valt naar beneden over de ruggen van de heuvels en bergen. Duwt zich omhoog tegen de hellingen aan. Laat zich van haar sterkste kant zien op open vlaktes. Zelfs in de luwte is haar afwezigheid aanwezig. Ze doet de bomen ruisen. Ze duwt de golven naar de branding en laat ze rollen over het stand. Ze weet de grootste bomen op hun knieën te krijgen. Ze draagt arenden in de thermiek naar hoge hoogtes. Ze is voelbaar, ze is aanwezig alleen niet te zien. Ze bepaalt waar de wolken heen gaan en in welke richting de regen valt. Ze trekt de bladeren van de bomen die op het punt staan zich los te laten. Ze komt nooit op plek waar ze nog niet is geweest. Toch kan ze ook komen in stilte, koelte brengen met een zacht briesje. Ze kan de donkere wolken aan de kant duwen en de warmte van de zon weer de ruimte geven. Ze is bij alles een onzichtbare getuige. Ze
