
Waar is het gebleven
Soms vraag ik mezelf af waar is het gebleven…. Afgelopen week was het de vorm. Ik was samen met vrienden over de Kroondomeinen aan het gravellen en na zestig kilometer was ik helemaal leeg. Stationair draaide de benen nog rond, maar de vermogens waren weg. Het is heerlijk als ik kan blijven gaan, maar als ik de rest moet laten gaan is het even wat anders. Dan is de bravoure wel weg en komt de twijfel om de hoek kijken. Er zijn misschien verklaringen maar dat neemt het onbestemde gevoel niet weg.
De waarheid is dat het zoeken naar waar het is gebleven, vaak kijken is naar het verleden. Om op die manier terug te vinden, wat gaandeweg verloren is. Want er is een tijd van verliezen en winnen. Een tijd van gaan en een tijd met een pas op de plaats. Een tijd om af te zien en een tijd om te rusten. Een tijden om te zoeken en een tijd van gevonden worden. Een tijd om te stil de staan bij het verleden en een tijd om te dromen over de toekomst. Er is de tijd van het heden, een tijd om de tijd te nemen voor alles.
Want waar is het gebleven, de tijd. De snelheid van het leven vraagt dat wat ik lang niet altijd kan geven. De verwachtingen van anderen en van mijzelf aan mijzelf. De spreekwoordelijke lat die op grote hoogtes wordt gelegd. Als de mentale tank even leeg is, komt de onzekerheid om de hoek kijken met tal van vragen. Wat als ik niet meer kan leveren. Wat als het niet een dip maar de nieuwe werkelijkheid is. Wat als…
De waarheid is dat het kijken naar waar het is gebleven wordt voortgedreven door mijzelf te vergelijken met anderen en de beste versie van mijzelf. Gedreven door data die aangeeft hoe ik heb gepresteerd ten opzicht van eerdere pogingen helpen dan ook niet echt mee. Toch merkte ik ook dat ik de laatste twintig kilometers worstelend met allerlei gedachten ook een bepaald louterend effect hadden. Dat ik soms best minder hard voor mezelf mag zijn. Dat ik nog best wel negatieve gedachtes kan hebben over mijzelf en die me op dat moment echt niet beter maken.
Want waar is het gebleven dat ik mag leren door te vallen en weer op te staan. Waar is het gebleven dat wanneer ik moe ben mijn hand in die van een ander leg. Waar is het gebleven dat ik leef bij de dag, niet druk makend over de toekomst. Waar is het gebleven dat ik in de moeilijkste momenten blijf zingen met een lach. Want daar waar het is gebleven, wil ik het weer oppakken en met me meenemen zolang ik hier zijn mag.
