
Tot aan de streep
De afgelopen weken heb ik nog niets geschreven over de strandrun. Geen woorden over kilometers ploeteren over het strand, over de oneindige leegte, over de laatste helft wind tegen, over de stilte die als maar intenser werd hoe dichter we bij de eindstreep kwamen. Misschien was het ook omdat woorden de intensiteit waarmee ik het beleeft heb moeilijk zouden kunnen omschrijven. Toch wil ik delen wat mij het meest is bij gebleven. Dat is dat we als mens door kunnen gaan tot aan de streep. Toen ik samen met mijn zwager bij de denkbeeldige streep aankwam, waar de familie stond te wachten, leunde ik om mijn knieën en liet me achterover in het zand vallen. In het zand wat me omarmde als een zachte matras lag ik daar even, helemaal leeg, de benen trillend, de druk eraf.
De beelden van hardlopers die over de finish komen en dan volledig instorten heb ik weleens voorbij zien komen. Om het dan zelf mee te maken, heeft me wel aan het denken gezet. Het heeft me duidelijk gemaakt dat het goed is om een finish, een streep voor ogen te hebben. Al is deze denkbeeldig of ligt er een echte streep getrokken, als er maar een is. Een streep geeft perspectief, geeft richting, het geeft een doel. Vooral als de te leveren prestatie buiten mijn comfortzone ligt. Als het een inspanning betreft die het uiterste zowel mentaal als van mijn lichaam zal vragen.
De strandrun was van Vlissingen naar Vrouwenpolder, qua wind hadden we deze beter andersom kunnen lopen, logistiek was het alleen op deze manier praktischer. Het plan was om zoveel als mogelijk over het strand te rennen. Het was afgaande vloed, het water trok zich hoe verder we kwamen, verder terug. De temperatuur was goed, in ieder geval niet te koud. We hadden allebei een rugzakje met water en voeding bij ons. Onderweg liepen er nog een paar vrienden mee van mijn zwager, wat zorgde voor plezierige afleiding. De wind was de eerste helft afwezig, deze bleef achter de duinen hangen, terwijl we slalommend door en over de strandpalen aan het rennen waren. De tweede helft kwam de wind echt tevoorschijn toen we bij Westkapelle de hoek omgingen en was deze gestaag in kracht aan het toenemen. Toen begon ook echt het mentale gedeelte van de run.
Er is ook een tekst in de bijbel die hier over praat, over rennen. Er staat dan “laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt”. Dat volharden, wijst op het mentale aspect van rennen. Conditioneel waren mijn zwager en ik goed voorbereid. Toch werd door de omstandigheden het uiterste gevraagd van mijn lichaam. Hoe gesloopt ik mij ook voelde, vooral de laatste kilometers die als een soort van slow motion film werd afgespeeld, kon ik toch doorrennen tot aan de streep. Het was het standvastig of misschien beter gezegd het koppig volhouden van wat ik begonnen was samen met mijn zwager.
Om koppig en standvastig vol te kunnen houden moet ik ook vaak denken aan wat de gids tijdens de beklimming van de Mont Blanc zei, toen ik vroeg hoe ver het nog was. Zijn antwoord was, eerst je linker en dan je rechtervoet neerzetten. Misschien is het nog goed om mijn vraag in het juiste perspectief te zetten. We liepen in de nacht de berg op, het was donker en het enige licht wat er was, was van de hoofdlampjes. Ik had totaal geen besef van tijd en ruimte. Ik wist waar we heen op weg waren, maar waar ik mij ergens op de route begaf was een vraagteken. Het gevaar was dat ik mij hier teveel op ging focussen en het antwoord van de gids was misschien niet waar ik om gevraagd had, maar wel wat ik nodig had. Kleine streepjes maken om uiteindelijk bij de eindstreep te komen.
Toen ik vanochtend even googelde op tot aan de streep, kwam ik een mooi nummer tegen van Daniël Lohues genaamd Deurrieden tot an de streep (https://youtu.be/mL4A_0mZ8Xw). Een echt nummer voor fietsers, voor sporters maar meer dan dat een nummer voor het gewone leven. Want in volharding zit de kneep, koppig door te rijden, te rennen, tot aan de streep.
