
De weg zo die gaat
Gisteren was ik in het Brabants landschap aan het gravellen. Meerde keren was het gras zo hoog dat we de weg alleen konden volgen zo die ging. Op de fietsnavigatie kijken had geen zin, het was soms op de gok een beetje naar links of naar rechts sturen. Ik voelde me tijdens de rit regelmatig als zo’n houten vormpje dat alleen maar op een manier door de deksel past. Alleen met het andere spelregels, dat in dit geval de deksel telkens andere contouren had en wij ons als vormpje moesten aanpassen. Dit door telkens op een andere manier op de fiets te zitten om overal onderdoor, overheen of langsheen te gaan. Van binnen kon ik de humor er ook wel van inzien, ga ik gravellen om de ultieme vorm van vrijheid te ervaren, ben ik me nog steeds continu aan het aanpassen.
De zoektocht naar het ervaren van ultieme vrijheid, lijkt wel eens het leven dat gepromoot wordt door de samenleving hier in het westen. Dat de wereld een omgeving is dat zich aanpast aan mij als vormpje, zoals ik ben. Ondanks dat ik als jong ventje al het tegendeel heb ervaren, is er iets binnen in mij dat blijft zoeken naar die vrijheid. Alleen wel met andere spelregels. Dat vrijheid begint en misschien wel altijd blijft in de kunst van mijzelf aan te passen aan de omstandigheden, zonder daarin mijzelf te verliezen. Om de weg zo die gaat te belopen. Dat het niet zit in de onrust die komt bij het zoeken naar, maar dat het vinden van rust is in dat wat er is.
De vraag die tijdens het fietsen dan ook in mijn hoofd bleven hangen was, wat is ultieme vrijheid met fietsen. Is het dat alle gravelpaden fantastisch rollen, met de mooiste uitzichten, windje in de rug en zo nu en dan een wild dier in de verte of wat dichterbij? Of is het dat gravelpaden ook verzand mogen zijn, begroeid of overgroeid met gras en takken. Met bomen die omgevallen zijn en waar ik omheen moet laveren of overheen moet klauteren. Dat paden soms in een keer stoppen. Of dat er wortels als dwarsliggers over het pad liggen. Schuilt juist niet het avontuur en de ultieme vrijheid in het feit dat ik niet weet wat er gaat komen? Dat ik uiteindelijk niets anders kan dan de weg te volgen zo die gaat? Mij aan te passen en elk obstakel die het pad kruist probeer te overwinnen?
De tijd vliegt, nog een paar dagen en ik heb er meer als veertig jaar opzitten. Hoe verder ik kom, hoe meer ik besef dat ik zo weinig weet en begrijp van het leven. De aarde draait maar door, om haar eigen as en om de zon. Seizoenen komen en gaan. Wolken, regen en zon wisselen elkaar af in willekeur, soms wat meer van het een en dan weer van het ander. Hetzelfde met licht en donker die zo haar eigen patroon hebben. De veelheid aan sterren die ik kan zien en de oneindigheid van wat ik niet zie maar er wel is. Wie ben ik in dit grote geheel? Eigenlijk nog steeds dat kleine ventje, die soms weer wat nieuws ontdekt en erg eigenlijk nog steeds niet veel van snapt. Wel heb ik met de tijd geleerd dat ik de weg zo die gaat op mijn eigen manier mag gaan met rennen, springen, fietsen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan.
