
Het Ruhr om
Het Ruhrgebied is mooi in schoonheid en lelijkheid tegelijk. Van fietsen langs stromende watertjes, tot afgravingen in bizar grootste vormen, van mooie bossen met fluitende vogels tot hoge rokende schoorstenen die al jaren wolken maken in de lucht. Het was het decor waar ik gisteren mijn uitgezette route volgde en me verbaasde over de stilte, leegheid en schoonheid die tussen al deze grootsheid te vinden is.





Toen ik vanaf de Meinweg stroomopwaarts langs de Ruhr fietste, kwam vanzelf de vraag in me op, hoe fiets ik nu door het leven, houd ik koers of moet het roer om. Misschien nog wel een essentiëlere vraag, hoe stevig houd ik het roer vast. Ik kwam tot het besef dat het meer dan heerlijk is om vastgeroest te zitten in goede gewoontes, op plekken waar ik gewaardeerd word en dat ik er mezelf mag en kan zijn. Maar ook het feit dat er een bepaalde vorm van relaxedheid inzit. Ik hoef het allemaal niet stevig vast te houden, het is er gewoon. Geen verkramptheid maar dankbaarheid.
Met gravellen is het ook van belang dat ik het stuur niet te stevig vast heb, anders verkrampt alles en wordt het een lange rit. Alleen te losjes is ook niet handig. Op een gravelweggetje,langs een voortkabbelend beekje, sloeg bijna mijn stuur uit mij handen. Door de schaduw en lichtval kon ik de weg niet goed zie en blijkbaar reed ik over iets heen. Ik had mijn handen te losjes op het stuur liggen en het stuur schoot er onder vandaan. Gelukkig kon ik net op tijd mijn stuur weer vast grijpen. Het is zo beeldend voor het leven.
Het roer om, nee dat hoeft voor mij nu niet. Ik laat deze net als met gravellen wat losjes vast. Vast genoeg om enigszins koers te houden. Los genoeg om ook open te staan voor koerswijzingen die door het leven op mijn pad komen. Om open te staan voordat wat ik vandaag ook hoorde tijdens de overdenking: Een mens stippelt zijn weg uit, de HEER bepaalt de richting die hij gaat. (Spreuken 16:9)
