In de sporen van

Daar sta ik dan, midden in een bos, ergens net over de grens in België. De onverharde wegen liggen er stil en verlaten bij. Ze zijn nat en veelal bedekt met bladeren. Rijdend op het kantje ik of door de sporen van fietsers die mij voor zijn geweest. Soms zakten mijn banden weg en trokken ze zelf nieuwe sporen door de verse modder. Door de inspanning merkte ik niet dat de hoge luchtvochtigheid overgegaan was in fijne regen. Nu, in de stilte, hoor ik dat de regen zachtjes neer druppelt op de bladeren liggend op de grond, die hun mooist tijd hebben gehad, wachtend tot ze er niet meer zijn.

Vandaag moest ik even op pad, er op uit gaan, de stilte opzoeken. Mijn hoofd was in de afgelopen week veranderd in een huis vol kamers die allemaal schreeuwde om aandacht. Ik deed mijn best om op alle vlakken de gaten dicht te lopen en alles de aandacht te geven die het nodig had.  Maar hoe harder ik liep hoe sneller de omgeving in de tegenovergestelde richting aan me voorbij kwam, als in een slechte droom. Het voelde alsof ik mezelf vanaf afstand aan het besturen was en de signalen nauwelijks of niet aankwamen. 

Starend naar de grond merk ik dat de woorden weer beginnen te dansen. Dat ze in de rust, die de stilte geeft, hun plek in de zinnen weer weten te vinden. Net als alles in het bos haar plek heeft. Het is van een ongeordende geordende schoonheid. Het vindt allemaal haar plek waar het heen wordt gedragen door wind en water. Allemaal tijdelijk. Alleen het een wat langer als het ander. In de wetenschap dat het volgende weer verder zal gaan op dat wat nu niet meer is.

In de stilte, tot me nemend de zuurstof met de geur van het bos, besef ik dat het in mijn hoofd ook weer tot rust is gekomen. De kamers zijn nog niet geordend en de chaos van het verleden is er nog steeds in het heden. Het verschil is dat het haar plek heeft gevonden, al is het misschien maar voor even, geniet ik van de verstilling en gaan de gedachten naar degene in wiens sporen ik mag rijden.