Cycle for Hope

De tassen waren gepakt, de fiets klaargemaakt, de lampjes opgeladen voor de nachtritten, tussendoortjes ingeslagen voor tijdens en tussen de ritten. Een week geleden was ik in de ochtend in volle voorbereiding op de Cycle for Hope. Klaar om in 48 uur in estafette door Nederland te fietsen en met mijn eigen subgroep vier keer een 100 kilometer voor onze rekening te nemen. Dit allemaal om sponsorgeld binnen te halen voor stichting De Hoop. Nu een week later, werd ik weer om 2 uur ‘s nachts wakker met een gevoel dat ik weer op de fiets moest springen voor een van de twee nachtritten. Vlak voordat ik wakker werd waren de ritten als een oude diavoorstelling in versnelde weergave afgespeeld tegen mijn dichte oogleden.

De intensiteit waarmee ik heb toegeleefd naar en waarmee ik de dagen van de cycle heb doorleefd, zijn een stuk hoger dan ik had verwacht of me had bedacht. In die 48 uur waren we op elkaar aangewezen en leefden we dicht op elkaar zowel op als naast de fiets. Naast de fietsers waren er twee verzorgers die met ons meereisden en klaar stonden tussendoor en aan het einde met eten en drinken en ons vervolgens naar het volgende wisselpunten punt brachten. Het enige wat ik hoefde te doen is fietsen en daarnaast slapen daar waar kon en het lichaam voorzien van voldoende brandstof. Want met een verbruik tussen de 6000 en 7000 calorieën per dag is een hongerklop nooit ver weg. Achteraf heb ik duidelijk meer van mijn lichaam gevraagd dan dat ik doorhad, ondanks dat de vorm goed was en de benen soepel draaiden, is het nu even goed herstellen.

De Cycle heeft de slogan: Confronteer jezelf, help een ander. Vooraf kan ik meestal niet zoveel met zo stelling. Ik ben niet opzoek naar een confrontatie met mijzelf. Toch is het een feit dat er tijdens deze 48uur zich zoveel afspeelt, vooral tijdens de uren op de fiets. De condities waarin we moesten fietsen waren wisselvallig en er was vooral veel wind en die wind kan je er doorheen slepen, maar als die minder gunstig is (wat onze confrontatie was) dan kan die je vooral breken. Wat heb ik kilometers tegen die wind in lopen duwen met de pedalen. Toch voelde het niet als een confrontatie, de route stond al vast, de richting kon niet gewijzigd worden. Het was een kwestie van het vinden van het juiste ritme en dan gewoon maar blijven gaan.

Op de site van de Cycle staat een tekst die me aangreep: Waarom vechten voor morgen als je vandaag van binnen sterft? Het is dan zeker donker als deze woorden echoën vanuit het diepst van de ziel. Geconfronteerd met het leven, daar waar het leven juist alles heeft weggenomen. Dat alles al lijkt vast te staan en de uitkomst zeker is. Dat het zo donker is, dat alles donker is. Dat de zon al tijden vergeet op te komen en de maan haar reflecterende vermogen heeft verloren. Waar hoop alleen maar lijkt te resulteren in uitgestelde teleurstelling. Toch is hoop in mijn ogen meer. Het is als alles zwart is, het begin van het eerste beetje licht. Versta me niet verkeerd, ik ken het gevoel van het ontbreken van hoop in het hier en nu. Ik ken het gevoel dat zelfs vechten voor vandaag geen nut meer lijkt te hebben. Toch als ik mijn ogen open en me beweeg in de vroegte van de dag en de eerste stralen van de zon over de rand van de aarde komen, dan raakt dat iets in mij wat weet dat er hoop is.

Tijdens de tweede nachtrit, onze laatste groepsrit, na een slijtageslag door wind, regen, slecht slapen en kilometers aan een stuk door fietsen. Fietsen we met zijn tweeën de nieuwe dag tegemoet. De lampjes op de fiets zijn in het begin nog hard nodig om de weg te kunnen vinden. Boven ons gaan de kleuren in de lucht van zwart over van donker naar lichtblauw en lichtgeel, met uiteindelijk aan de rand van de horizon een oranje gloed. De bomen staan ervoor als zwarte pilaren en op een gegeven moment wordt alles in tweevoud zichtbaar als het weerspiegeld wordt in het water. Het is donker maar tegelijkertijd ook licht. We wijzen elkaar om de beurt op een nieuw perspectief van de zonsopgang. Het moment zo wonderlijk mooi dat ik vergeten ben dat we alweer bijna 40 uur onderweg zijn.

Als alles duisters is, dan is de komst van de zon een confrontaties tussen licht en donker. Het is het weten dat er iets ontstoken is dat nooit meer dooft. De aarde blijft doordraaien en de zon zal de duisternis overwinnen. Er zijn ook zo periodes in het leven dat het vuur minder hard brand, dat er minder hoop is. Maar het brand, het is er, er is hoop. Het licht zal overwinnen op het duister. Een bevestiging van dit alles is als ik weer wordt aangeraakt door de eerste zonnestralen van de dag. Als ik weer wordt aangeraakt door positieve woorden van een ander. Als ik weer aangeraakt wordt door het verlangen om in contact staan met God en anderen. Dan zal vuur van binnen meer zuurstof en brandstof krijgen en weer harder gaan branden.