
Rust
Afgelopen nacht was het chaos in mijn hoofd, in tegenstelling tot het weekend ervoor. Toen was er ondanks de chaos rust. Dan hoop je ook even dat die rust voor altijd blijft, maar helaas was de realiteit check er al snel. Toch was er wel een verschil, de chaos van vannacht was aan de oppervlakte van mijn gedachten. De rust die zat diep van binnen en het voelde of die zich verankerde in dat weekend van binnen. Dat terwijl alles er was en er van alles gebeurde om vooral dat niet te laten gebeuren.
Rust, niet in de vorm van niet sporten of werken. Nee, rust in de vorm van een diepere gemoedstoestand. Rust in de vorm van vrede hebben met hoe alles gaat. Verder dan, het is wat het is, het is ook het laten wat het is. Niet nog zichtbaar en onzichtbaar aan de touwtjes willen trekken om de koers te veranderen. Het is het loslaten, van de situatie en de gevolgen ervan. Het is het loslaten en accepteren dat er naast mijn weg nog vele (verharde en onverharde) paden naar de gewenste situatie leiden.
Rust is misschien wel het tegenovergestelde van stress. Ik zou kunnen zeggen onrust, maar in onrust kan er dus rust zijn. Als ik stress heb is er geen ruimte voor rust. Rust duwt stress niet aan de kant, maar overdekt het. Als een warm vloerkleed over een koude vloer.
Nadat de oppervlakkige chaos mij een goede nachtrust had verstoord, voelde ik toch dat er nog een leftover stress aanwezig was. Iets van spanning voor de dam tot damloop was er wel. Een stukje bewijsdrang of een stukje stress voor de massa waar ik mij doorheen zou moeten bewegen. Of misschien wel beide. Voor mij liever de rust van oneindige onverharde paden. Ik kan er een vinkje achter zetten, heb hem gedaan, nu weer terug naar de rust.
