Wie zie jij?

Samen met nog zo’n veertig andere mannen stonden we van het weekend met de hoogtestage van ‘de Meesterknecht’ voor een spiegel. Een spiegel met de tekst wie zie jij? Een weekend spiegelen, terwijl ik de meters naar boven wegtrap, meters naar beneden rol. De wind in mijn gezicht, de zon in mijn rug. De bomen die hoog boven mij uittorenen. Langs eeuwen oude rivieren en vervallen kastelen. De tijd en rust om even langs alle hoeken van mijn brein heen te fietsen.  Spiegelen, mijzelf even recht in de ogen aankijken. Niet stiekem langs mijn gezicht heen kijken, nee even diep in die kijkers van mijzelf staren. Wie zie ik staan?

Wie zie ik als ik naar mijzelf kijk? Hoe kijk ik naar mijzelf? Vanuit mijn opvoeding heb ik erg mee gekregen dat hoogmoed voor de val komt. Er is altijd wel een kamer in het leven waar nog wat op te ruimen valt. Op een wit laken is een (nieuw) vlekje beter zichtbaar als op een vies laken. Een nadeel van deze manier denken is dat ik niet trots op mijzelf durf te zijn. De onzekerheid is er de ene keer langzaam ingeslopen door woorden en zinnen als hierboven. De andere keer is het er letterlijk volop ingeslagen, als ik voor de zoveelste keer, op de zoveelste plaats weer de boksbal was voor iemand anders zijn frustraties in het leven. Recht in die kijkers van mijn ziel kijken, koste behoorlijk wat moeite. Door de luiken van onzekerheid heen breken lukt echt niet zomaar even.

Er was tijdens een stop een waslijn met soorten fietsers opgehangen om aan te spiegelen. De hipster hing er, naast de dataslaaf, de etalagecoureur, de stoemper, de klimmer en de windhapper. Wat mij opviel is dat anderen en ook ikzelf in eerste instantie, vooral een type renner kozen waarmee we ons in onze huidige positie en situatie in het leven konden spiegelen, waar we ons mee konden identificeren. Toen ik hier wat langer over nadacht, kwam ik tot de conclusie dat ook ik van binnen een andere renner ben dan ik gekozen had. Ja, de windhapper, die volop tegen de wind in loopt te koersen, dat heb ik inderdaad de afgelopen tijd een hoop gedaan, maar ben ik dat dan ook? Stiekem zit er toch de hipster in mij, die gewoon lekker zijn eigen gang gaat, net even anders als de rest.

Tijdens het weekend heb ik benoemd dat ik soms zo onzeker ben. Door het te delen, door het te spiegelen, heb ik mogen ontdekken wat de bron van deze onzekerheid is. Het uitspreken hiervan maakt dat het concreet is. Het is nu niet meer ergens in een gedachte verstopt. Nee het is eruit. Nu zelfs op papier. Het kan me nu achtervolgen de toekomst in. Toch geeft me dit geen onzekerheid. Ik voel me er ook niet zwakker door. Natuurlijk gaat er door mijn gedachte heen, wat vind jij nu van mij? Maar is dat belangrijk? Natuurlijk vind ik het fijn als jij positief over mij denkt. Toch is dit niet waarvoor ik dit schrijf.

Het wegrennen, het wegfietsen van mijzelf, het niet durven kijken in mijn eigen ogen. Langs mijzelf heen kijken wil ik niet meer. Als ik in de spiegel kijk mag ik de stemmen, de leugens, de veroordeling van vroeger en van het heden, de onzekerheid die daaruit voortkomt, van mij af laten glijden. Ik mag leren kijken naar dat wat er wel is. De partner, de vader, ik, die op kop fiets om mijn gezin uit de wind te houden. Ik, de renner die cadans in mijn leven zoekt en vasthoudt. Ik, de knecht, die er dienend voor anderen ben, in een weekend als routeleider of gewoon op het werk of in elke andere situatie die op mijn pad is geweest of komt.

Als ik in de spiegel kijk, mag ik kijken naar wat er wel is en ja de onzekerheid is er ook, maar toen ik van het weekend bij een prachtige rots zat, met de zon in mijn gezicht, voelde ik het diep van binnen. God is groter dan mijn onzekerheid.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.